Opgelaakt

Wij verhuisden in 2002 naar de Vinex van Vathorst. Als ware pioniers woonden bij op één van de ‘Velden’. In die jaren was het al bekend dat er een wijk naast werd gebouwd: het Venetië van Amersfoort. Het zou “De Laak” gaan heten, omdat het slootje wat daar toen liep zo heette. In die tijd was het al bekend dat er brede grachten zouden komen, veel water en groen en vertier op, onder en bij het water. Boten met motoren waren niet toegestaan. Dit had te maken met de schade aan de beschoeiing, het natuurbehoud, maar vooral ook omdat de woningen die in en rond het water zouden komen te staan daar simpelweg niet tegen kunnen. Om maar te zwijgen van de benzinedampen tussen de woningen. Alleen fluisterbootjes waren toegestaan. Een sloepje met een elektrobuitenboordmotor (scrabble plus 10 punten).

In 2008 vertrokken wij van onze woning in de Velden naar de Laak. Een appartement aan het water dat leek ons wel wat. Ook toen zei de makelaarman van Woonvast: bootje mag, maar met elektrobuitenboordmotor. We namen dat voor kennisgeving aan. Aan het water wonen is leuk, om er op te varen laten we liever aan anderen over.
In de loop der jaren werd het in de Laak drukker en kwamen er meer bootjes op het water. Hier en daar een bootje met elektromotor maar ook meer en meer boten met buitenboordmotoren van Yamaha; daar is weinig elektrisch aan te ontdekken. De golfslag nam toe, de eenden vertrokken, samen met de rietkippen, naar veilig oord.

Bootje op de laak

En nu is de gemeenteraad van 033 wakker geworden. Er moet toch echt iets gedaan worden aan al die motorboten die de natuur van de Laak aantasten. Het verbod op gebruik van motorbootjes zou eigenlijk per 2018 ingaan, maar de raad is coulant en heeft nu gezegd dat de motortjes per 2020 niet meer welkom zijn.

De mensen met de motorbootjes zijn daar niet blij mee, argumenten als ‘we wisten het niet’, ‘hoge investering’, ‘hoe kom ik bij Bunschoten’. De antwoorden zijn in feite lang bekend. Fluisterbootjes waren vanaf dag één het toverwoord voor varen op en over de Laak. Ook tot aan Bunschoten. Restaurant de Kooi heeft niet voor niets een mooie steiger gekregen aangelegd waar ongetwijfeld de elektromotortjes opgeladen kunnen worden.
Dat motorbootjes olie achterlaten komt vaak voor. Plekken van olie drijven vrolijk over het water en verstoren het milieu voor de zwemmende hond, de duikende eend en de schooiende rat.

Oliespoor op de Laak

 

Mies

Ik wil nog even terugkomen op een mooi televisiemoment vanvrijdag 21 april. De Wereld Draait Doorrrrr. Een programma wat ik, als ik eerlijk ben, nooit kijk. Maar gisteravond, wachtend op het Journaal, zaten daar bij Matthijs en MarcMarie nog een M aan tafel. En niet zo maar 1tje. Mies.

Iemand uit het zwart/wit tijdperk van de NTS, Het Dorp, 1 van de 8. De tijd dat je in een warme mei zon naar school stepte. De tijd van ranja met een rietje, Exota, het defilé op Soestdijk. .
Maar tijd en leeftijd lijken geen vat op de Koningin van de Nederlandse Televisie te hebben gehad. En zelfs Matthijs heeft geen vat op haar. Mies heeft een boekje gemaakt, haar columns uit de “Margriet” (van lang geleden overigens) zijn bij elkaar gezet en je kunt dat kopen. Matthijs begon zijn lange monoloog, wat bij hem een vraag zou moeten zijn, over het marinemannen en meisjes op 1 boot en samen ver weg varen. Zoals gebruikelijk hoort hij zichzelf graag praten en stelt hij geen open of gesloten vraag, maar een ‘Matthijs-vraag’. Een vraag die hij aan een ander stelt, maar die alleen door Matthijs beantwoordt mag worden. Aan het einde van de monoloog keek Mies hem aan: “Ja, Matthijs, maar wat wil je daarmee zeggen?”

Mies neemt het gesprek over en keuvelt lekker door, ook met MarcMarie, die zich, door haar, spontaan laat verleiden om zich een “culturele katholiek” te noemen.

De vrijdagavond kon niet leuker beginnen. Geef Mies een praatprogramma, elke week een half uur. En dan komen weer de tijden van 1 zender terug. Want Mies heeft alles niet wat de huidige generatie praatprogramma luitjes wel hebben: arrogantie (JP), desinteresse (MvN), discussie voeren om het discussie voeren (EJ). Mies heeft juist dat natuurlijke over zich waardoor er altijd wel een leuk gesprek zal en gaat komen. Een gewoon gesprek. 

Want Mies is eigenlijk heel gewoon leuk.

Oostduin (1)

/1/

De kamer is sluimerend deprimerend. Een peertje verlicht de oude houten tafel met zijn zwakke schijnsel. De onbestemde kleur op de muur kleuren sinister. De ruimte heeft niets te bieden dan een paar stoelen, een gescheurde oude bank. De knipperende tl-lamp boven de formica keuken zegt dat de bewoner zelden kookt. Rottend eten op het keukenblad. De zoete geur zweeft door de kamer.
Hij realiseert zich dat er geen weg terug meer is. De Vrouw is er. En niet voor haar lol.
“Stef, het is mooi geweest, je moet dokken.”  Haar stem is donker en dreigend. Zij kijkt hem aan. Zijn schichtige sombere ogen, bleek gezicht, mager en uitgeleefd.
“Ik heb geen geld, dat weet je,” zijn stem, ooit zacht, zwoel en zangerig, klinkt nu dun en rauw. Zij schudt haar hoofd. Streelt de binnenkant van zijn arm, voelt de ontelbare schade. Sporen van een verwoest verleden en toekomst.

Ze staat langzaam op en loopt naar hem toe. Haar blik valt op Josep, haar bodyguard, wachtend in het kleine halletje. Hij knikt haar toe, een goedkeuring zo lijkt het.  Haar vingers glijden over het tafelblad, de arm van Stef, over zijn schouder. Ze laat haar handen in zijn nek rusten, masseert het zachtjes.
Stef zucht zachtjes: “Voelt vertrouwd, Syl. Jij en ik.” Ze kijkt naar buiten en ziet zichzelf weerspiegelt in de doffe ramen.
“Zo was het vroeger Stef, lang geleden, toen ik je nog vertrouwde.” Ze voelt de zenuwen in haar keel. Haar hart klopt. Geen idee waarom. Langzaam knikt hij.
“Ik heb je teleurgesteld, ik weet het,” klinkt het zacht en kwetsbaar, “geef me nog een kans, alsjeblieft.”
“Daar is het te laat voor, mijn lieve lieve Stef,” ze sluit haar ogen, het vlindermes glijdt in haar vingers.
“Snoepen van je eigen koopwaar is niet slim, dat weet je,” zegt ze.
“Ik had een moeilijke periode. Ik was even de weg kwijt,” een snik in zijn stem. Ze hoort hem aan maar ze weet dat het moet eindigen. Ze moet weer controle krijgen over de wijk. Haar wijk. Ze brengt het lemmet naar zijn hals. Drukt zachtjes in zijn hals.
Het lemmet snijdt door de huid van zijn hals. Ze verbaasd zich erover hoe simpel het gaat. Dan een kleine stagnatie, zijn strottenhoofd.  Ze zet iets meer kracht en voelt de warmte van zijn bloed over haar handen vloeien.  Zijn hoofd valt langzaam naar voren. Ze legt het op de tafel, die gelijk rood kleurt. De opwinding in haar lichaam verbaast haar. Doden was niet haar ding. Dacht ze altijd. Het lichaam van de jongeman schokt lichtjes. Zijn mond vormt een woord. Zij hoort het niet.
Haar vingers glijden door zijn haardos. Een mooie jongen, denkt ze.

..//..