als-ie maar vertrekt. op tijd.

Bijna elke ochtend stappen ze in de trein van vijf over acht richting Amersfoort. Twee mannen. Ze wonen bij elkaar in de buurt, in een zogenaamde beschermde woonvorm. De mannen zijn geestelijk wat minder bedeeld dan de gemiddelde Nederlander. Alhoewel je natuurlijk altijd vraagtekens kunt stellen bij wie minder bedeeld is dan een ander.
De mannen lopen hard. De ene stapt eerder in dan de ander. De ander neemt altijd de achterste deur en ze gaan altijd op de stoeltjes in het zogenaamde balkon zitten. Ze praten veel, die twee mannen. En hard.

“Poe poe, dat heb ik weer gered.”
“Ja poe poe zeg dat wel.”
“Eens kijken of ie op tijd vertrekt.”
“Wie?”
“De trein.”
“Ja dat gaat wel lukken vandaag.”
“Hoe weet je dat nu.”
“Het is bijna zes over.”
“Hij gaat om vijf over.”
“Vanavond lekker macaroni eten.”
“Ik eet nasi.”
“Ik eet lekker macaroni.”
“Vind ik niet lekker.”
“Ik wel, he he.”
“Wat een wind, blijft ie wel staan.”
“Wie.”
“De trein.”
“Als ie maar vertrekt.”
“Naar amersfoort is het niet zo ver.”
“Ja daar gaan we.”
“He he op tijd.”

En weg zijn we met de sprinter die alles doet behalve sprinten. Ze blijven gezellig met elkaar keuvelen. Bij Amersfoort Centraal gaan ze er uit. Op weg naar hun werk.
De rust keert weer in het treinstel. Terwijl het vlakke land voorbijschiet boemelen de forenzen verder. Af en toe opgeschrikt door een man of vrouw in het blauw die om het vervoersbewijs vraagt. Een fietser zwoegt buiten op het fietspad, wind tegen. Paarden hollen verliefd achter elkaar aan. Konijnen kijken nieuwsgierig naar het voorbijrazende treinstel.
De lente is in aantocht. Op tijd. Dat dan weer wel.

afrekencultuur

Fietsend door de PolderDenkend aan Holland dan zie ik stromende rivieren, zwarte autowegen, fietsende mensen. Ik zie ook viaducten voor verkeer, en dieren. Ik zie uitgestrekte polders, met koeien in de wei en soms een wilde buffel in een kunstmatig natuurgebied. Ik zie mensen op geplaveide fietspaden, vrolijk fietsend in een vroege ochtendzon. Volgepakte parkeerterreinen bij grote blauw-gele gebouwen die zeven dagen in de week open zijn. Iedereen oogt gelukkig. Schijnt het ook uit te stralen.
Maar dat zijn de zichtbare mensen. Er zijn ook een heleboel onzichtbare mensen. Mensen die het voor het zeggen hebben. Die de lijntjes uitzetten. De machthebbers. Meer macht, meer aanzien, meer geld. Limburg is onderhand het Sicilië van Nederland geworden. Capo di tutti capi Jos van R met zijn protegés Mark V en Frans W zijn de verpersonalisering van witteboordencriminaliteit twee punt nul.
De voor-wat-hoort-wat cultuur bloeit in het bourgondische deel van ons land. Voor wat hoort wat. Ik een beetje geld, jij een stuk grond. Voor weinig. Ik een mooie luxe vakantie, jij de toezegging van alleenheerschappij in de plaatselijke horeca.
Ik een afspraak met een boef, jij wat handgeld wat je terug krijgt. Niemand hoeft het te weten, we houden het onder de pet. Beter is het te zwijgen. Het is goed en beter voor het eigen ego. Als het ooit uitkomt, geven we de ander de schuld.

Ik lees over een bestuursvoorzitter die een slim arbeidscontract heeft gemaakt, getekend door een naïef bestuur, gevuld met zijn ‘vrienden’. Een olie man met een klein extraatje van vier en twintig miljoen. Euro.

Denkend aan Holland dan zie ik een verkiezingsdebat. Voor de democratisch gekozen proviciale staten. Ik zie alleen heren die daaglijks onze democratie beschimpen. Een wit gekuifd persoon die ‘jij’ en ‘jouwt’. Andere de schuld geeft van alles en nog wat.
Schuld over en het niet vinden van een bonnetje, een deal met een crimineel. Een deal uit 1998. En wie zat er toen in de VVD fractie. Precies. Het spreekwoordelijke boter, druipt van zijn hoofd.
Politici kijken helaas niet verder dan 4 jaar vooruit. Een lange termijn visie is electoraal gezien zelfmoord. De politiek is bezig pleisters te plakken op wonden die in het verleden gemaakt zijn.

Denkend aan Holland denk zie ik een land in rep en roer om 1 (een) wolf, verdwaald. Hollend door Holland, terug naar Duitsland. Een grote uil, bespot als terror-oehoe, omdat hij slechts zijn eigen gebied verdedigd.

Denkend aan Holland, dan zie ik stromende rivieren, uitgestrekte polders, zeewater dat woest de duinen teistert, koeien in de wei, een kudde schapen schuilend bij elkander, een fietspad met een roedel fietsers, de hei in paarse najaarskleuren, een schelpenpad waar menig wandelaar in alle rust geniet, een kerktoren laat in de verte zijn klok luiden, het zachte geraas van de snelweg vlakbij. Ik zie bossen, landerijen en moestuinen. Ik zie mensen gejaagd door een nieuwbouwwijk hun supermarkt bestormen.
Denkend aan Holland zie ik dat de kloof tussen politiek en volk alleen maar groter wordt. Af en toe komt dat pijnlijk aan het licht.

Een bonnetje.

alleen met de goden

Alex Boogers - Alleen met de godenSoms lees je een boek, dat vind je leuk. Af en toe lees je een boek dat indruk achter laat. Maar eens in de zoveel jaar dan heb je een boek in handen die je oppakt, bij de lurven grijpt en na het lezen van de laatste letter je knock-out in de touwen laat hangen.

“Alleen met de Goden” van Alex Boogers is zo’n boek. Zijn achtste roman bevat de bekende Alex Boogers thema’s, verstoorde familie relaties, zoektocht naar de liefde, verlating, het gevecht om te overleven. In deze roman komen al deze thema’s in een schitterend en ontroerend pallet bij elkaar.

Aaron Bachman neemt je mee in zijn leven. Hij is elf jaar en op een gegeven moment ligt er een man in de gang. Dood. Neergeslagen door zijn vader. Aaron blijft achter met zijn moeder van wie hij weinig liefde krijgt. Ook haar bestaan om te overleven is keihard.

Aaron vlucht de straat op en doet wat alle jongens doen in een ‘naamloos gat’: herrie schoppen. Totdat hij zijn vriend Gerald een kickboks school binnenkomt en de eigenaar hem aanspreekt. Kom terug. Ik zie het aan je ogen, die woestheid, de energie.
Ook op school spreekt de muziekleraar hem aan: ik herken jou soort jongens. De woede in je, daar moet je wat mee doen. Ga schrijven! Aaron begrijpt niet dat er mensen om hem geven.

’s Nachts wordt hij achternagezeten door nachtmerries. Hij schrijft schriftjes vol met teksten. Maakt ruzie met zijn moeder. Heeft seks met zijn buurmeisje Olivia. Niet uit liefde, maar uit verveling.
Alleen in het dierenasiel vind hij een soort van rust. Een afgedankte vechtpitbull wordt zijn beste vriend. Maar ook dat mag niet te lang duren.
Het gevecht om te overleven ligt niet alleen op straat en thuis. Ook in zijn hoofd.

Fantastisch hoe Boogers de gedachten van deze jonge jongen weet neer te zetten. Je bent als lezer 11, 12, 13 enzovoorts. Je groeit met hem mee, zijn weg naar volwassenheid en waar hij zijn gedachten en gedrag in goede banen weet te krijgen.
Als Aaron uiteindelijk toch de kickboks school opzoekt, kijkt de eigenaar, Art, niet vreemd op. Hij wist dat Aaron zou komen. En hij wordt een goede kickbokser. Wint prijs naar prijs en wordt zelfs kampioen. Maar is dat genoeg?

Alex Boogers heeft een unieke taal. Elk woord voelt als een klap in je gezicht, een knal op je kaken, maar ook de tederheid van liefde en genegenheid geven de lezer een warm gevoel. Fantastisch om te lezen dat Bachmans kampioen feest leest als een gevecht, maar een technische boksterm komt er niet in voor. De woede in Aaron wordt verwoord in elke klap die hij uitdeelt. Aan het eind van het gevecht, voorzien met de kampioensriem maakt hij zich drukker om de boeken die in de kleedkamer liggen dan om de huldiging. Ontroerend om te lezen dat de liefde van zijn leven de boeken red van de vloer. En zo zijn er meer van zulke pareltjes naar gelang Aaron ouder wordt. De zachte, creatieve kant van Bachman komt naar boven en hij moet wel schrijver worden. Een uniek cadeau zet hem er uiteindelijk toe.

“Alleen met de Goden” is een boek dat de harde werkelijkheid van een volksbuurt in het ‘naamloze gat’ laat zien. Je laat voelen hoe het is om te overleven op de straat. Of je wilt of niet. Maar Boogers ontroert keer op keer, op onverwachte momenten. De ontwikkeling van die jonge kleine naïeve Aaron maak je van nabij mee. Ondanks de liefdeloosheid en pijn die de hoofdpersoon meemaakt, is het wel een verhaal van hoop en toekomst.

De laatste hoofdstukken zijn prachtig. De stijl, gebeurtenissen, taalgebruik, de mensen om wie je bent gaan geven, goed en kwaad. Aaron’s leven krijgt vorm. En je leeft met hem mee.

Onderweg in de trein had ik vaak een brok in mijn keel. Zo mooi.
Alex Boogers: Alleen met de goden. Om te janken zo mooi.