nog meer dan minder

ArtieekelMaanden zat hij opgesloten. Kreeg geen lucht. Geen vrijheid. Kon niet zeggen wat hij wilde schreeuwen. Er was ook geen echte aanleiding. Af en toe een speldenprik via de sociale media. Laf en zo makkelijk.
Maar nu was IETS ERNSTIGS gebeurd. De oorlog was uitgebroken. De oorlog waar hij al zoveel jaren over rept. Die zijn eigen vrijheid inperkt.

Ongeduldig zit hij te wachten. Zijn voet hipt snel op en neer, zijn pen klikt open en dicht. Zijn mobieltje trilt enthousiast. Spanning in zijn lijf. De vrouw roept zijn naam. Hij zucht. Staat op.

De goudgelokte haan loopt naar het spreekgestoelte en begint aan de voor hem geschreven speech. Woorden als dodelijke kakkerlakken slingert hij de zaal in. De schuldigen zitten daar en daar en daar. Dat hij, als goedgebekte spreker, al zoveel jaren onderdeel van hetzelfde kippenhok is, wordt voor het gemak vergeten. Hij ziet de mannen en vrouwen in de zaal angstig kijken. De vertwijfeling in hun ogen, de vraag om wel of juist niet te reageren op zijn dodelijke woorden. De goudgelokte spreker gaat verder over gevaar, haat, geloof, moord en doodslag. Wijst, via de voorzitter, de schuldigen aan. Als geen ander weet hij hoe het spel te spelen. Hij glimlacht als iemand opstaat. De Gevallen Rode Leider Hij mompelt wat in de microfoon. De spreker, hoort hem niet, weet al wat hij gaat zeggen: het is een zieke geest die dat zegt, voorzitter.

De giftige pijlen zijn nog niet op, hij heeft die zes minuten en die zal hij gebruiken ook. Een gristen staat op, jurist van huis uit, en zegt iets over dat de spreker al 10 jaar boos is en dat zal blijven.

“Uw tijd is voorbij, u telt niet meer mee, u bent niets,” antwoordt de spreker. Tevreden kijkt hij rond. Al die sukkels voor hem zijn stil. De inhoud van zijn onderbuik heeft hij uitgekotst. Vandaag was het zijn dag. Zijn momentum.

Hij doet een stap terug, bedankt de voorzitter voor de tijd en waggelt terug naar zijn stoel, die hij al zoveel jaren koestert. Een high-five met zijn speech-schrijver. Zo dodelijk waren zijn woorden nog nooit geweest. Zo succesvol. De kanslozen zullen weer op hem stemmen, al is het maar in de peilingen. Hij laat de anderen uit de zaal spreken en spreken. Hij doet niets, reageert niet op hun woorden. Niet nodig. Ze zijn te min. Niet de moeite waard.
Hij weet dat De Media zijn bijdrage uitgebreidt zal weergeven. Hij grimlacht. Wat de anderen in de zaal ook gaan zeggen, zij zullen geen Radio of Televisie tijd krijgen.

Maar één ding weet hij zeker: echte verantwoordelijkheid zal hij nooit nemen. Gepokt en gemazeld door het systeem weet hij dat hem dat niets zal opleveren.

treintje

Da TrainIk druk de kaart tegen een paal. Het licht gaat groen en een gerustellende piep schalt door de lucht. Als ik de trein binnenkom ruik ik de regen, de muffe lucht van de stoffen stoelen, de natte kranten op de vloer. Treinstel 2980. Vandaag weer hetzelfde rammelbakje als altijd. Ik zie de machinist naar zijn kabine wandelen. “ Morgen,” zegt hij vriendelijk tegen de passagiers, zijn klanten. Het charme offensief van het SpoorBedrijf werkt.

Het is stil in de trein. De ventilator staat uit. Het TL-licht knettert zachtjes. Even een klik, donker en de ventilator draait weer op volle toeren. Kennelijk heeft de machinist de stroom op de trein gezet en zou alles moeten werken.
Met nadruk, zou. Je weet immers maar nooit bij en met de Trein. Maar we zijn nog niet weg. De trein zucht en steunt. Blaast. De hydrauliek doet zijn werk. Langzaam wordt het warm in de trein. De passagiers komen binnen.
Als je elke dag op dezelfde tijd reist, kom je vaak dezelfde mensen tegen. De twee vrouwen van middelbare leeftijd, kennen allemaal de conducteurs, werken bij de NS. Hebben het over het weer veranderende systeem op klantenkontakt.
Ook zij is er weer, de aantrekkelijke jongedame, blond haar, blauwe ogen. Verlegen komt ze binnen. En neemt plaats.
De automatische omroepster heet ons hartelijk welkom en vertelt in welke trein we zitten. Dan duurt het niet lang meer of de trein zal vertrekken.
Schuddend zet het zich in beweging. Los van het perron, los van het station. Ik kijk naar buiten en zie de konijntjes in het veld. Een verdwaalde fazant kijkt verdwaasd naar de trein. Een mannelijke reiziger neemt een powernap.

Bij het grote station stroomt het vol. Reis je met het openbaar vervoer, dan leer je de lokale bevolking kennen, vertelde ooit eens een Engelse vriendin. Ik zit dus in een gemiddeld Nederlands gezelschap. De vakantieganger op weg naar Schiphol, geen frequent trein reiziger, dus vraagt hij vier keer of deze trein ook op Schiphol stopt. De grote kerel die met veel bombarie zijn laptop op schoot neemt en zegt dat hij ‘aan het werk gaat’. De studenten die het komende tentamen en opdracht bespreken. De jongemannen die vet,cool,swag de laatste features van een fakking game doornemen.

De trein vertrek dit keer op tijd. Dit keer krijgen we een extra rondje over het rangeerterrein, blijkbaar is de kortere route niet beschikbaar. De wegen van het Spoor zijn soms ondoorgrondelijk.
Mijn medepassagiers lezen de krant. De Metro, oud nieuws en veel reclame. De krant is snel uit en de mobiele telefoon komt tevoorschijn. Even checken of men nog wordt gemist op een sociale media, oordopjes in en muziek luisteren.
Hoe jonger de reiziger, hoe harder de muziek. Ik kan meegenieten met de djzik djzik geluidjes.
Ik kijk op mijn e-reader. Nu al 80% van het boek ge-ereadert. Een goed boek kent geen tijd. De trein laat zien welke stations we zullen aandoen en op welke tijd.

“Het volgende station is…., u kunt hier overstappen naar…, … uitchecken,”  de automatische medewerkster doet trouw haar plicht.  Mensen staan op, de trein remt en komt tot stilstand. Soms moet je je even vasthouden, soms is de machinist extreem voorzichtig.

De deuren gaan open en ik zoek een paal en druk mijn kaart ertegen aan. Uitgecheckt, staat er.

Mooi zo.

selfie

“Hello, hello, selfie? Selfie? Good price,” ik loop op Piazza de Colosseo en wordt om de vier meter aangeklampt door voormalige bootvluchtelingen die wanhopig een selfie-sticks voor de schappelijke prijs van vijf euro proberen te verkopen. Als ik dan wijs naar mijn ‘ouwerwetse’ spiegelreflex en zeg ‘does not fit’, dan blijven ze roepen ‘good price good price’.

Met tientallen tegelijk lopen ze bij elk toeristische attractie rond. Bij het historische witte pand, het Pantheon, het Vaticaan, Piazza Navona. Welke piazza, fontein of park dan ook, er is geen ontkomen aan. De jongemannen die maanden door de woestijn getrokken hebben, duizenden dollars betaald hebben om zich met een gammel bootje de overtocht te wagen. Hopend, of ervanuit gaand, op een beter leven.
En dat betere leven begint met de verkoop van deze laag geprijsde zet-je-phone-op-een-stok-stick in Rome. Toeristen betalen graag het bedrag, omdat ze toch wel inzien dat je met zo’n stick ‘the bigger picture’ kunt maken. En, belangrijker, het thuisfront via insta-face-vine-snap-twittergram kunt laten zien hoe goed en leuk en lekker je het hebt, daar in Rome. Het is soms hilarisch om te zien wat mensen uithalen om het leukste plaatje te kunnen schieten. De meiden op deze pica waren bijvoorbeeld lange tijd bezig met eerst een selfie van zichzelf, daarna met zijn drieën.
Dat haar duurbetaalde iPhone wel eens van de stick dondert, deert niet, ze ging vrolijk verder. Gelukkig zit in de Rome de iPhone Kliniek. Redding is altijd nabij, ook om te beseffen op welk historische plek ze zijn. Na de geslaagde foto vertrokken ze spoorslags. Waarschijnlijk naar de Trevi fontein. Dat gaat op een teleurstelling uitlopen: de Trevi is in revisie.

Voordeel van de stick is dat je geen mede-toerist of lokale inwoner hoeft te vragen een foto te maken van je gezelschap, met het gevaar dat de ‘fotograaf’ er opeens met je duurbetaalde iPhone vandoor gaat. Met de selfie stick heb je beter controle over hoe de foto eruit komt te zien. Beter nog, hoe jij er beter op de foto uit komt te zien. Niet het Colosseum is het middelpunt, nee jij. En zo leer je snel hoe je er het voordeligst uitziet op zo’n selfie-stick pica. De selfie stick wordt ook niet voor niets de narcisten stick genoemd. Nee, de selfie is nog lang niet dood.

Dat een toerist, die alles heeft, zo’n stick koopt van iemand die niets heeft is bizar. Maar van alle tijden. Alleen dagelijks verschijnen er meer en meer en ook op de meest onverwachte plekken. Piazza Navona is onderhand een permanente rommelmarkt geworden met uitgestalde zonnebrillen, hoedjes, tassen, prulletjes.

De (illegale) straatverkoper kan elk moment opgepakt worden door de lokale politie (wat niet gebeurd) en als hij overdag niet genoeg verkoopt dan moet hij ’s avonds nog aan de bak om verlichte torentjes van Pisa te gaan verkopen. Overnachten doe je maar in het park, of in een gekraakt pand in de buitenwijken van Rome. De honderdduizenden vluchtelingen die Italië binnenkomen moeten toch ergens heen en kunnen toch wel iets doen?

De zwervende Italiaan die niets heeft schuifelt langs de straat met zijn kromme benen, of ligt op straat met een centenbakje voor zijn of haar. En Italianen zijn een sociaal volk, voor die mensen hebben ze altijd wel een eurootje over. De straatverkopers keuren ze geen blik waardig. Die zijn een prooi voor de toeristen.