trein #2968

Het is dinsdag. De ochtend begint mistig en nat. De regen druilt langzaam op straat. De lokale hovenier geeft de bomen water met zijn watergevulde giertank.

De trein van even over acht uur komt aangehobbeld op Vathorst Centraal. Een enkeling stapt uit, een paar stappen in: mei-vakantie.
Als ik de trein instap valt het op dat er nogal veel rommel her en der ligt. Kranten, kranten, een leeg bekertje koffie. Niet echt vreemd, maar vandaag wel. Het is wel erg veel rommel vandaag, zeg maar een rotzooi. Het schijnt dat de schoonmakers staken bij de NS. Gelukkig voor de NS zijn zij niet verantwoordelijk voor de slechte arbeidsomstandigheden. Zoals met alles wat NS doet, is de schoonmaak de verantwoordelijkheid van een ‘ander’.
‘Hinderlijk’ dat de reiziger al maanden in de rommel zit, zegt de NS. Natuurlijk kun je als reiziger ook je eigen rommel weer mee nemen en elders dumpen, maar helaas in de moderne maatschappij waar iedereen denkt dat een ander voor een ander zorgt (mantelzorg 2.0) komt dit niet voor. Dus kijk ik vanochtend naar 5 edities Metro, 2 McDonalds bekers, een koffiebeker en op de grond ontwaar ik twee plastic lepels, een bruine bananenschil, een sigarettenpeuk en ga zo maar door.
Het valt nog mee dat het nog niet naar verrot eten ruikt. Het mooie van NS is dan ook dat ze geeneens melding maken van het feit waarom de treinen een rijdende vuilnisbelt zijn. Zo bevlogen zijn ze met hun reizigers, die ze graag op plaats 1, 2 en 3 willen zetten.

Godzijdank vertrekt de trein wel op tijd en zie ik weer mijn tiental konijnen vriendjes in het veld vrolijk rondhuppelen. Die hebben tenminste nergens last van. Behalve wanneer ze worden opgejaagd en afgemaakt als er ‘teveel’  zijn. Maar dit geheel terzijde.

Ik pak mijn e-reader en lees iets over Terpentijn en het verhaal van zijn grootvader.
De trein hobbelt verder, en komt schokkend en schuddend tot stilstaand. De machinist(e) is ook nog niet geheel wakker. Gelukkig, een drietal stations verder mag ik eruit. De frisse boomgeuren, het getjilp van de vogels komt mij tegemoet. Ook in het Baarnse wordt ik gerustgesteld. De tunnel stinkt als vanouds naar pis. En dan te bedenken dat de NS straks nog meer geld gaat vragen voor het reizen in de spits.
Geweldig!

geldklopperij

Stel je gaat naar de tandarts. Stel zij ziet iets van een scheurtje in kies nummer 4. Ver achter in je mond. Stel zij vermoedt een wortelkanaal behandeling.
Elke ouderwets geschoolde tandarts zou zeggen, tang erop en trekken. De uit elkaar vallende kies: geen redden meer aan. En dat kreng zit buiten het zicht. Who the fuck cares! Maar tegenwoordig waar iedereen binnen de gezondheidszorg innig met elkaar verbonden is gelden andere regels.

Je moet naar een ander soort tandheelkundige: de endontoloog. Hij (of zij) weet alles van wortelkanalen en alles wat eronder zit.
Je mag op audiëntie, dat slechts honderdtwintig euro kost. Zoiets heet consult. Hij, of zij, kijkt naar je kies. Maakt een foto. Een foto die jou tandarts ook al heeft gemaakt. En ook hij, of zij, constateert dat er een scheurtje in je kies ziet en dat hij, of zij, twee offertes zal toesturen hoe dit behandelt zou kunnen gaan worden.

Teleurgesteld ga je de deur uit. Omdat het consult niets meer oplevert dan datgene wat je al wist. Wat je wel weet is dat een volgende sessie minstens een uur duurt. En of het een oplossing zal geven? Niemand die het weet.

Zie hier de meest flagrante vorm van geldklopperij. Een angstige tandarts, een doorgestuurde tandheelkundige miep (of kees). En allen sturen gepeperde rekeningen, maar een kordate oplossing van een probleem wordt niet gegeven.

En ondertussen loop je maar door met een gescheurde kies en een doos met 600 mg paracetamolletjes binnen handbereik. Voor het geval je pijn gaat lijden. Het enige dat pijn lijdt is je bankrekening.

De moderne gezondheidszorg: geen wonder dat het (teveel) geld kost.