vakantie (I)

Wat vier dagen Cadzand zou worden, eindigde in 12 dagen vakantie genot. Zeeuws Vlaanderen is een waarlijk mooi stukje Nederland.
Stilte en het ruizen van de wind. Om het Bourgondische leven niet te vergeten. De geur van lekker eten, fijne wijnen en goed bier. Het zilt maakt hongerig. Zeg niet dat je in Zeeland bent. Zeeuws-Vlaanderen is ‘anders’.
Vreemd om na een stuk of wat meters fietsen je in het Belgische rijk bent. Zoute, Knokke, Heist, Blankenberge.
De heerlijkste ‘warme appeltaart’ ooit gegeten in ‘brasserie de zoute’. Daar waar een wafel niet kan om elf uur s morgens, maar je wel een biertje kunt bestellen. Wafels na drie uur ‘smiddags.
Natuurgebied ‘Het Zwin’ dat zo fijn tussen Nederland en Belgie ligt. Met mooie duinpartijen en tamme ooievaars, maar ook dorpscafeetjes, dure villa’s aan de rand van Knokke. En de bouwput die Belgie heet.
Opvallend: Zeeuws Vlaanderen heeft viele viele Deutsche Ferienleute. Vijftig meter verder in Belgie, zie je ze amper.
Fietsen langs de kustlijn, met behoorlijke wind, maar wel met veel zon. De paviljoens “Caricole”, “Puur”, “Beach House”. Allen met hun eigen sfeer en heerlijke lunches.
In de late middag tapas eten bij ‘Just Enjoy’ met fijne spaanse wijnen. Pas toen had ik het idee: ik ben op vakantie en ga nooit meer terug.

Fietsen langs de dijk naar Breskens. Op maandag, als alle restaurantjes gesloten zijn. Tja. Jammer dan. De heenweg gaat prima, maar de terugweg is windkracht 5 toch wel erg veel.

Vakantie in Nederland is ook elke dag het weer in de gaten houden. Mooi weer is een ruim begrip.
De zon schijnt en het is fantastisch, de wind waait uit elke hoek en het is wat minder. Maar wel imposante wolkenpartijen.
Maar door die stevige wind dreef veel regen over en hadden we zo nu en dan geluk.
Stond ZeeuwsVlaanderen voor 4 dagen in de planning het werden er 12. Voordeel van de camping (als er plek is tenminste).
De camping: ook zo’n bijzondere plek. Meestal vol met caravans en 70/80 plus, als je in het voorseizoen gaat. En wij als enige in een tenttrailer (mooi woord voor vouwwagen).
Alle luxe die je thuis hebt, laat je even achter je. Gedeelde toiletten, douches, wasmachine. Noem maar op. Afwassen in de buitenlucht.
En ook genieten van de medekampeerders. De gezelligheid, de man die er 3 weken staat en alles van de streek weet.
De marinier b.d. die blaf blaf tegen zijn vrouw doet. En natuurlijk het toppunt van de caravanning.
Als er vertrokken gaat worden, wordt de voortent van de caravan 2 tot 3 dagen van te voren in fases afgebroken. Waarom? Geen idee.
Niet bij de marinier b.d. . Om negen uur staat hij op. Ontbijtje, blaf blaf tegen zijn (timide) vrouw. Breekt de voortent af (net zo ingenieus als de andere voortenten). Koppelt zijn sleurhut aan de Volvo, hangt half naar buiten en roept links, rechts, rem, licht. Zodat zijn vrouw kan controleren of alle lampjes achter op de sleur hut het nog doen.
Hilarisch!

Mooi weer hier - slecht weer daar

Tour de Force

In het zachtglooiende Franse landschap, vol met zonnebloemen, ranken vol druiven en de lucht zwanger van liefde speelt elk jaar het spectacle af. Bijna tweehonderd mannen op een lichte fiets doorkruisen de fijnste plekken, plaatsen, departmenten van het land van Sarkozy.

Politiek telt niet, alleen de overwinning. De eeuwige roem is waar de mannen van staal, de bikkels, voor rijden. Soms luisteren naar de ploegleider, die het misschien beter weet, maar niet weet hoe het moet.
Drie weken lang beelden op televisie, geluid over de radio, opwinding over een ontsnapping, schrik over een val partij. Elke dag is er wel wat. Vijftig in het uur, soms zelfs tachtig kilometer in het uur. Heuvel op, heuvel af, een stijgings percentage waar je als normaal mens al moe van wordt als de 10% wordt genoemd.
De bikkels pedaleren lichtjes omhoog, met vijftien in het uur. Binnenblad, buitenblad, twintig voor, achtien achter. Mystieke taal die mij weinig zegt.

De wielerkoers van het jaar boeit van begin tot eind. De taktiek, of het gebrek daaraan. De onverwachte ontsnapping van een Vlaming. Of van de Waal in een Vlaamse ploeg. Natuurlijk kijken we naar de Nederlanders, Gesink, Ruijg, Mollema. De val van Hoogerland.
De hele tijd begeleid door het enthousiaste commentaar van de franse ‘speaker’ bij de finish. Het ritme van spreken, de klemtoon. Frankrijk vloeit mijn huiskamer en lichaam binnen.

Verlangen daar te zijn, temidden van de zinderende zonnebloemen, een koele witte Chablis. Een elegante Française naast me op het terras du village.
Drie weken lang. Een helikopter vlucht met de bergen, het vlakke land. Koeien op de vlucht. Paarden die wegstuiven. Een oude fransman met alpinopet die een glas rode wijn heft. Het mooie leven.
Al is het maar voor drie weken.

Vive le Tour.

Vervulling

Het beste van voor jaren dringt vanavond tot mij door.
Al je gewone vragen vinden weer gehoor.
Regent het. Ja het regent. Goede nacht.
Laten we nu gaan slapen, zeg je zacht.
Wij luisteren en liggen. Wind beweegt het raam.
Blijf zo maar liggen, zeg ik, en ik noem je naam.
Alles wat antwoord is gaat van mij uit
Je wordt vervuld van de oneindigheid.

/ Gerrit Achterberg